De eerste 8 minuten van...

Thjum Arts



Ik ben met comedy begonnen zonder het te weten. In Januari 2012 was er op mijn toenmalige middelbare school de jaarlijkse felbegeerde talentenjacht. Daar traden vooral goede muzikanten en dansers op en waagde een enkeling het op een theatermonoloog. In mijn laatste jaar besloot ik het erop te wagen, ik zou eens meedoen, maar dan met mijn eigen monoloog. Zo eigenwijs was ik toen al wel, ik vond het leuk om zelf iets te schrijven.

O, dus dit is grappig?
Zo geschiedde, ik vertelde 6 minuten mijn eigen verhaal, 200 man lachte keihard en ik werd 2e die avond. Ik was me er op geen enkele manier van bewust dat ik mijn comedy debuut had gemaakt. Ik had gewoon mijn verhaal verteld en ineens bleek dat grappig te zijn. Wist ik veel dat andere mensen zich hier wekelijks mee bezig hielden in kroegen en theaters door het hele land.

Toen ik terugfietste met mijn free record shop bon in de hand (ja, dat was de 2e prijs, exemplarisch voor de vergoedingen die ik later zou krijgen in het circuit) was ik euforisch! Ik had iets gezegd en daarmee 200 mensen aan het lachen gemaakt! Ik bedacht mezelf het volgende: “De kans dat ik ooit nog meemaak dat ik iets vertel op een podium en mensen lachen is klein, dus onthoud dit moment en vergeet het nooit meer.”

Toomler: Wat is dat?
Maanden gingen voorbij, ik ging studeren in Amsterdam en riep bij de introductieweek geregeld dat ik goed was in grappen maken op podium. Mensen zeiden me dat ik dan maar eens moest gaan optreden in het Toomler als ik het echt zo goed kon. Dus ik google met mijn naïeve zelfvertrouwen ‘Toomler’, ik klikte op ‘open podium’ en schreef me in.

Niet-wetende dat dit de belangrijkste comedyplek van het land was. Een beetje naïef was ik, ik had cabaretiers op tv gezien waar de mensen even hard lachte als bij mij op school dus ik dacht: Dat kan ik ook. Hoe erg kon ik me vergissen.

Dus dit is ‘Dood gaan’
December 2012 liep ik het Toomler binnen, 6 minuten zou ik hebben. Met hoge verwachtingen ging ik het podium op. Ze zouden toch wel net zo lachen als vorig jaar op school? Nee. Dat deden ze niet, niemand, het was een totale afgang. Ik ging dood, zoals ik nu weet dat het in vakjargon genoemd wordt. Ik snapte er niks van, ik schaamde me voor de vrienden die ik had uitgenodigd (oke, mijn moeder was erbij) en wilde nooit meer terugkomen.

Nieuwsgierigheid als drijfveer
Toch bleef het knagen. Elke dag bleef ik bezig met het mysterie: Waarom lachte ze op de ene plek wel en op de andere plek niet? Waarom lachen ze niet meer als ik wil dat ze lachen, op school probeerde ik het niet eens.

Het duurde enkele maanden voor ik opnieuw ‘open podium’ tikte op google om een antwoord op die vragen te vinden. Sinds het seizoen 2013-2014 ben ik wekelijks aan het optreden, gelukkig een stuk beter als toentertijd in het Toomler en met een stuk meer kennis over comedy. Maar heel eerlijk gezegd, een volledig antwoord op mijn vragen heb ik nog steeds niet, tot op de dag van vandaag.

Je hebt inzichten. Er zijn stukjes van puzzels die in elkaar vallen. Maar het echte mysterie van de grap blijft altijd. Sinds die dag in Januari 2012 heeft het me niet meer losgelaten. Met comedy ben ik, als mensen mij dat vragen, officieel begonnen in de zomer van 2013. Maar ik was achteraf gezien al veel eerder bevrucht met het virus.

Foto: Frans van Hal





Copyright LondonMedia & www.8minuten.com 2017